ZOEKTOCHT VAN EEN LEZEND GEWETEN
Eigenlijk was het een zwerftocht. Ik zocht (en zoek) zonder precies te
weten wat, zonder systematiek. Maar drie thema's laten zich herkennen:
1. Hoe moeten mensen met elkaar omgaan?
2. Wat maakt mensen tot zoekers?
3. Mijn kijk op menselijke samenleving. Het verslag is een product van
lezen, nadenken, ervaren en discussieren.
Als kapstokken gebruik ik een aantal van mijn bouwstukken. Als ik namelijk
een voor mij nieuw inzicht heb verworven, dan heb ik de neiging om dat te
willen delen.
De loge wordt daar wel eens 'slachtoffer' van.
Zo maakte ik in 1979 het bouwstuk 'Positieve en negatieve vrijheid',
gebaseerd op een boek van Erich Fromm.
De strekking was: de moderne mens
heeft meer vrijheid om het eigen leven te sturen dan zijn voorouders.
Maar
die zegen heeft een keerzijde.
Veel mensen vinden het angstig om die
vrijheid zelf te moeten invullen.
Zij geven zich liever over aan
automatisch conformisme, autoritarisme of destructivisme.
Kerk en politiek
willen ons best verlossen van die angst, maar dat kost dan wel een stuk
vrijheid.
EIGEN LEVEN
Mijn conclusie was: iedereen moet z'n eigen leven leven, en kan alleen zelf
met zijn problemen klaarkomen.
Je kunt een ander daarbij slechts helpen
door meedenken voor een door hem te kiezen oplossing.
Stimuleer eigen
denken.
Vraag je af of een idee echt van jezelf is, of van een (vermeende)
autoriteit.
'Op U komt het aan' had voor mij eerst weinig inhoud.
Pas door
nadenken over Fromm kreeg het betekenis.
In 1987 maakte ik het bouwstuk 'Het concept Liefde volgens Fromm'.
Het
bepleit intermenselijke omgang met de kenmerken: geven van jezelf, zorg,
verantwoordelijkheid, respect en inzicht.
En vergeet jezelf niet! Naast
'Ken Uzelve' dus ook 'Respecteer Uzelve'.
Wie niet van zichzelf houdt, kan
niet van een ander houden.
Vergeet de naam 'Liefde' dat wekt alleen maar
verwarrende associaties.
Noem het liever ' levenshouding' of 'recept voor
intermenselijk verkeer'.
Ik beschouw het inzicht dat ik aan Fromm ontleende
als een belangrijke verworvenheid.
Ik ben overtuigd dat de samenleving een
stuk aangenamer zou zijn als genoeg mensen dit recept zouden toepassen.
Zelfs als ze dat uit puur verstandelijke overwegingen zouden doen.
Mijn kennismaking met het werk van Fritjof Capra resulteerde in 1988 in
mijn bouwstuk 'Keerpunt of doemdenken'.
De westerse samenleving is niet
bezig onder te gaan.
maar zit in een zeer ingrijpen de en onstuitbare
cultuurverandering.
Meevaren zal minder pijn doen dan tegen de stroom in
roeien.
Uitermate verhelderend en voor mij blikverruimend, maar meer in de
breedte dan in de diepte.
ORGANISME
In 1990 het bouwstuk 'Gaia danst'.
De aarde vertoont alle kenmerken van een
levend organisme.
De evolutie van het leven is een proces zonder zichtbaar
doel of plan, schijnbaar bestuurd, toch autonoom.
Tot nu toe onstuitbaar
gebleken door welke calamiteit ook, zelfs de mens.
Een eindeloze variatie
op eenvoudige functionele structuren uit de beginperiode, met een tendens
naar toenemende complexiteit en verscheidenheid.
En met hoge '
omzetsnelheid': 99% van de geëvolueerde soorten is alweer uitgestorven.
Een
recente 'sprong' is het ontstaan van de diersoort mens, de eerste die weet
heeft van het drama, en (naar het schijnt) invloed kan hebben op het
verloop ervan.
Het was een belangrijk station op mijn zwerftocht.
Ik had het gevoel dat ik
nu pas fundamenteel bezig was.
Als verworvenheden uit biologische bron noem
ik de begrippen 'voortstuwende wereldorde', ' wederzijdse consistentie' en
' wereldbeeld' .
Ik ben overtuigd dat evolutie meer is dan toeval.
Voor mij
is dat n6g steeds een mysterie.
Minder ongelovige thomassen dan ik zijn er
gauw mee klaar: dat is God, Allah, Jahwe, Indra, de demiurg, het Al, het
Zelf, het Ene, het Onzegbare, noem maar op.
Biologen houden niet van zulke
ondefinieerbare begrippen.
Zij hebben het over 'contingency'.
een soort
mengsel van toeval en noodzaak.
Maar dan hoor ik de bioloog Gould zeggen
'ik geloof in contingency', en dan realiseer ik mij dat hij geen stap
verder is dan ik.
Om vruchteloze discussie te vermijden.
noem ik datgene
'dat erachter steekt' beginsel X, het meest neutrale dat ik kan bedenken.
Ieder mag dat naar believen invullen.
Naar mijn smaak hebben we het dan
over hetzelfde.
Ik ging het belang beseffen van 'wederzijdse consistentie'.
Alles wat leeft
is hiërarchisch gestructureerd.
Elk organisme heeft ondergeschikte
subsystemen, en is zelf subsysteem van een hoger systeem.
Dat is
universeel, ook bij mens en samenleving.
Wederzijdse consistentie is
levensvoorwaarde omdat ieder organisme zichzelf in leven moet houden, maar
ook de systemen onder en boven zich.
Zonder dat gaat op den duur de hele
hiërarchie te gronde (Denk aan voedselketens) In de mensenpraktijk betekent
dat b.
v.
dat tussen werkgever en werknemer de verantwoordelijkheid in beide
richtingen moet gaan.
En dat een milieucrisis een verstoring is van de
wederzijdse consistentie tussen mensen en hun ecologische omgeving.
Duurt
die te lang, dan leggen beide het loodje.
Het bevorderen van wederzijdse
consistentie past in de beginselverklaring van de Orde.
Het is alleen wat
moderner geformuleerd .
WERELDBEELD
Het volgende bouwstuk werd 'Het belang van ons wereldbeeld' 'Wereldbeeld'
betekende voor mij vroeger zoiets als 'kijk op de wereld', maar het bleek
méér te zijn.
Alle levende wezens zijn uitgerust met geprogrammeerd gedrag,
dat bepaald wordt door het wereldbeeld dat zij hebben meegekregen.
Voor
iedere plant of diersoort is dat precies passend voor het voortbestaan.
De
mens heeft dat wereldbeeld alléén voor z'n vitale functies.
Het zorgt er
b.
v.
voor dat je niet doodgaat als je vergeet adem te halen, en dat je
instinctief kiest voor vechten of vluchten bij gevaar.
Maar, anders dan bij
eenvoudige leefvormen, heeft de mens bovendien nog een grote keuzevrijheid.
Het 'niet-automatische' menselijk gedrag, even bepalend voor het
voortbestaan van de soort, wordt individueel gekozen, aangepast en
aangevuld door leren en ervaren.
Denkt U aan een soort naslagwerk van
denkschema's, gedragspatronen, overtuigingen, normen, waarden,
vooroordelen, enz.
Je bent je daar lang niet altijd van bewust.
Je kunt
vooroordelen hebben zonder het te beseffen.
Wereldbeeld bepaalt gedrag.
Gedrag contra je eigen wereldbeeld 'is
geen lekker gevoel'.
En niemand verandert zijn wereldbeeld graag, want wie
geeft graag zijn (vermeende) zekerheden prijs?
Mijn conclusie uit dit alles is dat de westerse mens in het algemeen een
ander gedrag moet aanleren, maar dat rechtstreekse gedragsbeïnvloeding niet
de juiste weg is.
Veel zinvoller is energie te richten op het wereldbeeld
van jezelf en van de ander, het te completeren, corrigeren, vergelijken en
verdiepen.
Kortom, zélf denken en kiezen te stimuleren.
Identiek denken en
handelen van alle mensen zou trouwens strijdig zijn met de geest van de
evolutie.
Zo te werk gaan ligt besloten in alle zes uitgangspunten uit onze
beginselverklaring; speciaal het zesde 'ieders plicht om met toewijding te
werken aan het welzijn der gemeenschap'.
In l991 het bouwstuk 'Waarom godsdienst?' Waarom laten zo veel mensen zich
de wet voorschrijven door godsdiensten? Waarom nemen ze 'onmogelijke'
verhalen als heilige waarheden? Hit het gedachtegoed van Joseph Campbell:
de behoefte om je één te voelen met iets hogers, te begrijpen hoe het in
elkaar steekt, wat je eigen rol is e.
d.
, die behoefte is een product van de
evolutie, en is praktisch onveranderlijk (zo langzaam gaat de biologische
evolutie).
Wel veranderlijk is de manier waarop mensen in die behoefte
voorzien.
Want
dat is 'culturele evolutie', die veel sneller gaat dan de biologische, en
die ook niet voor de hele mensheid uniform hoeft te zijn.
VERLICHTING
Het is maar weinigen gegeven om een mysterieuze ervaring te hebben die
'verlichting' wordt genoemd.
Middelen om die ervaring aan anderen over
tebrengen zijn er niet.
Men moet zich behelpen met metaforen.
En die hebben
waarde voor miljoenen mensen, waaronder ook vrijmetselaren.
Maar het gaat
fout als je metaforen als letterlijke waarheden gaat zien.
Helemaal als je
daarom oorlog voert tegen mensen met andere metaforen.
Metaforen zijn een
product van plaats, tijd en cultuur, en zijn niet permanent.
Ze verliezen
hun zeggingskracht als de cultuur of de mensen veranderen.
Er moeten dan
nieuwe bedacht worden, want die biologische behoefte blijft 'vragen'.
Campbell ziet tekenen dat de mensheid daar aan toe is omdat vele metaforen
'versleten' raken en hun inspirerende kracht verliezen.
Ik ging religie zien als een 'conglomeraat van geestelijke stromingen' in
plaats van godsdienst, als ieders 'eigen' antwoord op die biologische
behoefte.
Ik ging inzien dat het rechte handelen belangrijker is dan het
rechte geloof.
In mijn opvatting is Vrijmetselarij dus een invulling van
religieus besef, die (goddank) geen exclusieve waarheden claimt.
In 1992 het bouwstuk 'Omwenteling', gebaseerd op boeken van Harman en
Wichmann.
De strekking was dat een verschuiving plaats vindt in het
westerse denken.
Steeds meer mensen beseffen de eenzijdigheid van de
wetenschap en/of voelen zich gefrustreerd in hun behoefte aan zingeving.
Er
is plaats voor nieuwe vormen van religie.
Langs andere weg dezelfde
conclusie als Campbell.
De kloof tussen religie en wetenschap zou overbrugd
kunnen worden door de esoterie, want die streeft enerzijds naar
nauwkeuriger kennis dan de religie, maar wil anderzijds dieper schouwen dan
de wetenschap.
Harman maakt plausibel dat geen enkele macht de macht van het denken in de
samenleving weerstaat (val van het communisme.
beëindiging van de
Vietnamoorlog, burgerlijke ongehoorzaamheid, enz.
).
Dat sterkte mijn
opvatting dat je je energie niet moet richten op gedragsverandering van
mensen, maar op hun denken (via hun wereldbeeld) En dat vervolgens enig
vertrouwen gewettigd is in het 'beginsel X'.
De relatie met Vrijmetselarij'? Ik weet zeker dat mijn lidmaatschap een rol
heeft gespeeld, op zijn minst door de stimulans van de omgang met andere
zoekers.
Ik zou anders zeker ook hebben gelezen, maar met andere optiek.
Ik
ben teruggegaan naar mijn leerlingbouwstuk.
En wat bleek? Ik kan nog steeds
dezelfde terminologie gebruiken: méér evenwicht tussen verstand en gevoel,
méér evenwicht tussen materiële en geestelijke waarden, groeiend besef dat
het leven méér te bieden heeft dan welvaart of de glorie van de prestatie.
Ik zeg nog steeds dezelfde dingen, ik ben alleen een stukje verder gekomen
en ik kan het voor mijzelf beter onderbouwen.
Toen al citeerde een Zr. Br.- . Zeylemaker (Gedenkboek Vrijmetselarij 1956,
pag. 26):
'Al naarmate de vrijmetselaar groeit in harmonisch besef door zijn rituele
tempelarbeid en door de praktijk van de samenwerking met zijn medebroeders,
groeit zijn gelijkmoedigheid en daarmee zijn innerlijke vrede en zijn
levensgeluk' .
Klopt dat?
Mijn affiniteit met de ritualen is allengs minder geworden.
Mijn
gevoel voor symboliek is van onvoldoende tot krap voldoende ontwikkeld.
Mijn religieus gevoel is nu: geloven wil ik niet, weten kan niet.
Die
innerlijke vrede had ik toen niet, en die heb ik nog steeds niet.
En of
mijn levensgeluk is toegenomen, betwijfel ik.
Toch sluit mijn maçonnieke
balans met een positief saldo.
Ik blijf vrijmetselaar zolang ik het gevoel
heb dat ik in de club pas.
Ik ben daar niet altijd zeker van.
Ik stelde o.
a.
dat de verschuivende westerse mentaliteit kansen biedt voor
esoterische stromingen.
Zou Vrijmetselarij zo'n stroming kunnen zijn? Als
de stelling van Harman over de macht van het collectieve denken waar is, en
als Vrijmetselarij op de goede golflengte uitzendt, dan zou het ledental
moeten stijgen, maar dat doet het niet.
Moeten we soms iets veranderen?
KAN DAT ZOMAAR?
Wij zijn een groepering die in de 20e eeuwse samenleving vasthoudt aan
tradities van tweeeneenhalve eeuw oud.
De laatste halve eeuw was zelfs
cultureel revolutionair.
Kan dat zo maar? Versta je elkaar dan nog wel'?
Dat is mijn grote twijfel.
Denkend aan de 'taalspelen' van Wittgenstein
vrees ik wel eens dat ons maçonnieke taalspel niet hetzelfde is als dat van
jongere generaties.
Dat we langs elkaar heen praten.
Vrijmetselarij betekent veel verschillende dingen.
Voor de een is het een
gevoel van verbondenheid met iets hogers.
Voor een ander is het
voornamelijk een idee, gedachtengoed.
Anderen zien het als een
levensschool, een methode, of een kunst.
Gevoeligen voor rituelen vinden de
open loges hoofdschotel.
Weer anderen zien het voor alles als een plek om
met gelijkgestemden te verkeren.
En een aantal komt als pure consumenten.
Mijns inziens moeten wij inhoudelijk blijven wat we in de oorspronkelijke
aanleg waren, maar goed luisteren naar onze jonge leden.
Zij representeren
wat leeft in de maatschappij, en van hen kunnen we leren of en hoe
Vrijmetselarij kan bieden wat gezocht wordt.
Ik vermoed dat dat zal leiden
naar een andere vorm van dezelfde inhoud.
Dan 'werken we met toewijding aan
de gemeenschap'.
Paternalisme en behoudzucht van routiniers passen daar
niet in, signalen opvangen wel.
Met vriendelijke groet en tot wederhoren,
JCL (Bob)Bakker
Argonautenstraat 19-a1
1076KJ Amsterdam
Tel: 020 7703881
E-mail jclb@worldonline.nl
Fax: 0208841406